Logo
Columns en artikelen

Mededelen of onderzoeken

Een bedrijf overnemen, een huis of een tweedehands auto kopen, het zal voor velen  waarschijnlijk een spannende aangelegenheid zijn. Er staat veel op het spel en de spreekwoordelijke kat in de zak ligt altijd op de loer.

Het liefst zou u alles van het huis of het bedrijf willen weten voordat de koop wordt gesloten maar de verkoper zal u waarschijnlijk niet zomaar alles willen vertellen. Dat het dak lekt bij hevige regenval bijvoorbeeld of dat het bedrijf dat u over kunt nemen verwikkeld is in een uitzichtloze procedure met een leverancier. Juridisch ligt op een verkoper vaak een mededelingsplicht en zal hij bepaalde bij hem bekende informatie voorafgaand aan de koop uit zich zelf aan u moeten verstrekken. Mooi denkt u nu dan kan ik me er geen buil meer aan vallen maar helaas zo werkt het toch ook weer niet; op u als koper rust namelijk een onderzoeksplicht.

Het wordt nu erg tegenstrijdig natuurlijk. De verkoper heeft een mededelingsplicht en de koper een onderzoeksplicht. Als een verkoper iets niet mededeelt, dan hoeft de koper toch zeker niet te controleren of dat wel terecht is ? In procedures gaat het daarom dan ook vaak over de vraag wie onder bepaalde omstandigheden als eerste iets moet doen. Moet de verkoper eerst mededelen, of moet de koper er eerst naar informeren? Het antwoord op deze vraag is van belang als de koop achteraf toch tegenvalt. Kunt u als koper misschien nog van de overeenkomst af of kunt u aanspraak maken op een schadevergoeding of verlaging van de betaalde koopprijs ?

Uitgangspunt is dat een mededelingsplicht van de verkoper vóór gaat op de onderzoeksplicht van de koper. De koper mag dus in beginsel afgaan op de mededelingen van de verkoper (of het gebrek daaraan) en wordt op die manier beschermd tegen een verkoper die omstandigheden verzwijgt die voor een gemiddelde de koper van belang zouden kunnen zijn. Dit kan dus zelfs  betekenen dat de verkoper een onvoorzichtige koper zal moeten waarschuwen als deze niet vraagt naar bepaalde informatie.

Voorafgaand aan de overname van een bedrijf wordt een koper vaak in de gelegenheid gesteld om een onderzoek te doen in de financiële administratie en juridische positie van de onderneming (een zogenaamd due diligence onderzoek). Als de verkoper weet dat belangrijke informatie tijdens de due diligence niet wordt opgevraagd, dan dient hij daarvoor te waarschuwen. Maar als de koper in het kader van de due diligence bepaalde informatie heeft opgevraagd en (zonder verhullingen of verdraaingen) ook heeft verkregen dan hoeft de verkoper daar in beginsel geen ongevraagde verdere toelichtingen meer op gegeven.

Wat de verkoper in een concreet geval moet mededelen hangt dus eigenlijk altijd af van de feiten en omstandigheden van het geval. Volgens de vuistregel gaat de mededelingsplicht vóór op de onderzoeksplicht. Maar dat is anders als de koper bijvoorbeeld geïnteresseerd is in een bepaalde specifieke eigenschap die voor een gemiddelde andere koper niet van doorslaggevende betekenis zal zijn. Een koper die het bijvoorbeeld belangrijk vindt dat een  woning die hij wil kopen is ontworpen door een bepaalde architect, doet er verstandig aan de verkoper daarnaar te vragen.

Als de mededelingen van de verkoper voor u moeilijk te controleren, twijfelachtig of erg belangrijk zijn dan kunt u de verkoper vragen daarop een garantie te geven.