Logo
Blog

Fatsoensnormen voor Social Media

Een magazijnmedewerker van het  distributiecentrum van Blokker te Geldermalsen verzoekt zijn werkgever om een voorschot op zijn salaris. Hij krijgt te horen dat zijn verzoek niet kan worden gehonoreerd en als reactie daarop gedraagt de werknemer zich  vervolgens zodanig  opgefokt  dat zulks door diverse collega’s op de werkvloer als bedreigend wordt  ervaren. De magazijnmedewerker  laat zich en passant op Facebook ook  negatief uit over zijn werkgever. Blokker geeft haar werknemer  te kennen het vertoonde  gedrag niet te  accepteren en waarschuwt dat bij herhaling  sancties zullen volgen.

Kort daarop plaatst de magazijnmedewerker toch  weer een bericht over zijn werkgever op Facebook waarvan de inhoud te illustratief is om u in deze column te onthouden:

blokker wat een hoerebedrijf spijt dak er ben gaan werken en die mensen ook d er werken vooral me teamleider wat een gore achter de ellebogen nijmegseple nep wout je ken aan die kkstreken van hem wel merken dat hij uit nijmegen ko en wout uis geweest de hoerestumperd ooit komt mijn dag en geloof me dan st ze te janken kkhomo,s

Nog diezelfde dag wordt de magazijnmedewerker door Blokker geconfronteerd met zijn Facebook publicatie. Hij geeft te kennen dat hij het bericht inderdaad heeft geplaatst, dat hij daar nog altijd achterstaat en dat een en ander ook zou vallen onder zijn recht op vrije meningsuiting. Blokker stelt zich in een brief aan haar werknemer  (nog  steeds op diezelfde dag) op het standpunt dat de grenzen van het recht op vrijheid van meningsuiting zijn overschreden evenals de grenzen van goed werknemerschap, schorst haar werknemer en kondigt de beëindiging van het dienstverband aan. Niet lang daarna wordt bij de kantonrechter te Arnhem een verzoekschrift ingediend tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Het zal geen verbazing wekken dat de kantonrechter – ondanks de kennelijk nog  gemaakte excuses - besluit tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst zonder daarbij een vergoeding aan de magazijnmedewerker toe te kennen. De rechter motiveert zijn oordeel  als volgt:

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft werknemer  (…)  zijn werkgever (…) op grovelijke wijze beledigd. Met vrijheid van meningsuiting heeft dit bericht niets te maken. (…). Als goed werknemer had werknemer dit bericht niet behoren te plaatsen.   (…) dat werknemer aldus gehandeld heeft in strijd met de uit artikel 7:611 BW voortvloeiende verplichting zich als een goed werknemer te gedragen. Voor [werknemer] was geen enkele aanleiding om zich publiekelijk uit te laten (…).

Het door de magazijnmedewerker nog gevoerde verweer dat het bericht op Facebook door hem is verwijderd maar behoorde tot zijn privé domein omdat alleen  zijn vrienden op Facebook  kennis konden nemen van het bericht, vindt geen genade bij de kantonrechter:

“(…), daar werknemer aldus miskent dat het privékarakter van Facebook betrekkelijk is, zo ook het begrip “vrienden”. In dit geval heeft één van de collega’s van werknemer, die kennelijk tot de “vriendenkring” van werknemer behoort, Blokker van het bericht (…) op de hoogte gesteld. Zo hebben ook anderen van de uitlating van werknemer kennis kunnen nemen. Werknemer miskent bovendien dat met het plaatsen van het bericht op Facebook er het risico van re-tweten is, welk risico met zich meebrengt dat ook anderen dan de “vrienden” van werknemer kennis kunnen nemen van het bericht (…).

Dat de magazijnmedewerker ook al eens was gewaarschuwd, laat de kantonrechter  ook zwaar wegen.

Moraal van het verhaal: 1) van je vrienden moet je het hebben 2) wat offline niet door de beugel kan, kun je online ook niet maken. Dat laatste ondervond ook de Amsterdamse Twitterstalkster toen zij door de Amsterdamse Voorzieningenrechter veroordeeld werd tot betaling van – een  voor Nederlandse maatstaven erg hoge – schadevergoeding aan een Amerikaanse filmmaker en actrice.

Dan nog even dit. Het actief benaderen van personen via bijvoorbeeld LinkedIn kan een overtreding van een concurrentie- of relatiebeding opleveren. Dit in tegenstelling tot het verzenden van een tweet waarvoor volgens het Amsterdamse Gerechtshof geen persoonlijke uitnodiging/acceptatie nodig is. Het volgen is bovendien een eenzijdige actie van de volger.