Logo
Blog

De incasso van een factuur: de faillissementsaanvraag als ‘drukmiddel’

De factuur (of rekening). Een nogal bekend verschijnsel in het dagelijks leven en ook in het recht erg belangrijk. De factuur kent verschillende verschijningsvormen en vormt vaak het sluitstuk van een overeenkomst. In een aantal columns zal ik aandacht besteden aan de factuur in het recht en de (juridische) problemen die in verband hiermee kunnen spelen. In vorige columns heb ik besproken hoe het gaat wanneer een incassoprocedure wordt gestart. Een dergelijke procedure kost tijd en geld. Is er dan geen snellere manier om betaling te verkrijgen? Onder omstandigheden kan de faillissementsaanvraag uitkomst bieden.

 

Wanneer er een opeisbare vordering is die niet wordt betaald, kan het faillissement van de schuldenaar worden aangevraagd. Dit kan relatief eenvoudig: er wordt een faillissementsaanvraag ingediend (de inzet van een advocaat is dan verplicht) en binnen enkele weken vindt er dan een mondelinge behandeling van dit verzoek plaats ten overstaan van een rechter. Het indienen van een dergelijk verzoek is overigens niet gratis, er worden zogenaamde griffierechten in rekening gebracht  en de hoogte daarvan is er van afhankelijk of de aanvrager een rechtspersoon is (bijvoorbeeld een BV) of een natuurlijk persoon. Daarnaast brengt de oproeping vaak deurwaarderskosten met zich mee.

 

Wanneer een gedaagde (in deze procedure een ‘gerekestreerde’ genoemd) het niet zit zitten om failliet te gaan, is er een grote kans dat er overleg ontstaat tussen de gedaagde partij en de (advocaat van de) aanvrager. In dat overleg is het de bedoeling dat partijen afspraken maken over de hoogte van de vordering (als deze niet precies vaststaat maar wel duidelijk is dat deze er is), de betaling van die vordering en eventueel een betalingsregeling als betaling ineens niet mogelijk is.

 

Wanneer partijen met elkaar in overleg zijn en er zijn goede vooruitzichten op het bereiken van overeenstemming dan kunnen partijen er voor kiezen om de aanvraag te laten ‘aanhouden’. Dit kan door een kort bericht aan de rechtbank en partijen hebben dan langer de tijd om afspraken te maken of de gemaakte afspraken na te komen. Het aanvragen van uitstel kan niet eindeloos en daar gelden strikte regels voor. Mocht de tijd uiteindelijk te kort zijn, of er is een deelbetaling gedaan dan kan de aanvraag worden ingetrokken. Wordt de regeling daarna alsnog niet (meer) nagekomen dan kan een nieuwe aanvraag worden ingediend. Hier zijn dan wel opnieuw kosten aan verbonden.

 

Op deze manier kan onder druk van een faillissementsaanvraag wellicht een snelle betaling worden afgedwongen terwijl er normaal gesproken een langdurige procedure noodzakelijk was met aanzienlijke kosten. Bovendien gaat het snel: doorgaans is er binnen enkele weken duidelijkheid. Dit kan van belang zijn als de schuldenaar misschien nu nog iets heeft maar straks niet meer. Geen enkele goede reden dus om dit pad niet te bewandelen hoor ik u denken. Dat is niet helemaal juist. Er zitten namelijk ook wat haken en ogen aan een faillissementsaanvraag en daar zal ik het in de volgende column over hebben.