Logo
Blog

De factuur deel 7: de incasso van een factuur: de procedure in rechte (in het kort)

De factuur (of rekening). Een nogal bekend verschijnsel in het dagelijks leven en ook in het recht erg belangrijk. De factuur kent verschillende verschijningsvormen en vormt vaak het sluitstuk van een overeenkomst. In een aantal columns zal ik aandacht besteden aan de factuur in het recht en de (juridische) problemen die in verband hiermee kunnen spelen. In mijn vorige column besteedde ik aandacht aan het verstekvonnis: het vonnis dat gewezen wordt als een gedaagde partij geen verweer voert. Maar wat als hij dat wel doet? Daarover gaat deze column.

 

Zoals gezegd wordt een incassoprocedure ingeleid door een dagvaarding: het bericht aan de tegenpartij dat u een zaak bij een rechter neerlegt en waarin u aangeeft wat u wil. Als de tegenpartij het niet eens is met uw ‘eisen’ dan zal hij doorgaans verweer voeren. De tegenpartij ‘stelt’ zich dan en doorgaans krijgt hij dan een bepaalde tijd (4 tot 6 weken) om een zogenaamde ‘Conclusie van Antwoord’ te schrijven en aan de rechter te sturen.

In deze Conclusie van Antwoord geeft, zoals de naam al zegt, de tegenpartij antwoord op de eis en is het zelfs mogelijk om een tegeneis in te stellen (een zogenaamde reconventionele vordering). Nadat dit stuk door de rechter is ontvangen, zal deze inhoudelijk gaan kijken naar de stukken en een besluit nemen wat er verder moet gebeuren met de procedure.

 

De rechter kan op dat moment ervoor kiezen om nog een ‘schriftelijke ronde’ te doen of kan een ‘comparitie van partijen’ gelasten. In het eerste geval worden er nog 2 conclusies genomen (conclusie van repliek door de eiser en dupliek door gedaagde). In het tweede geval wordt er in overleg met partijen een datum en tijdstip gekozen waarop de zaak mondeling ter zitting zal worden behandeld. Deze laatste gang van zaken is het meest gebruikelijk. Ook omdat een rechter dan met partijen in gesprek kan gaan, vragen kan stellen en informatie kan verzamelen die niet onmiddellijk uit de schriftelijke stukken blijkt. Dit kan voor een rechter erg belangrijk zijn voor het wijzen van vonnis.

 

Tijdens een comparitie bestaat ook de mogelijkheid dat de rechter een voorlopige visie op de zaak formuleert en aan partijen vraagt of zij misschien in onderling overleg tot een oplossing kunnen komen. Als partijen naar aanleiding daarvan ‘de gang op gaan’, kan dat leiden tot afspraken en die worden neergelegd in een proces-verbaal. Dit p-v heeft dezelfde ‘kracht’ als een vonnis en hiermee kan een deurwaarder dus op pad.

Komen partijen er niet uit dan zal de rechter vonnis wijzen. In dat vonnis zal in worden gegaan op de eisen en de antwoorden daarop. Uiteindelijk geeft de rechter een oordeel en dan weten partijen hoe het er voor staat. In het vonnis zal vaak ook een proceskostenveroordeling worden opgenomen die door de verliezende partij moet worden betaald aan de ‘winnaar’.